Wie zijn wij?


Voorzitter – Bryan Renten is 47 jaar oud, pleegvader van een 14-jarige zoon met dyslexie en in het dagelijks leven directeur van Fernandes Bottling Company.

Mijn pleegzoon is intelligent, avontuurlijk en hulpvaardig. Houd van knutselen, computerspellen en het bos. Kortom een zoon om trots op te zijn. Zijn schoolprestaties worden natuurlijk sterk beïnvloed door zijn dyslexie en zijn cijfers zijn absoluut geen weerspiegeling van zijn leervermogen. Dat is soms frustrerend voor hem en de familie. We hebben gezien dat met goede begeleiding en de extra voorzieningen die hij op school krijgt, hij een normaal leertraject kan afleggen. Wij weten dat hij het goed zal blijven doen.

 

Penningmeester – Dolores Halfhide-de Miranda is 56 jaar oud en is een moeder van 3 zonen. In het dagelijks leven is zij Manager Operations bij de Radiologiekliniek Halfhide & Hofwijk.

Mijn jongste zoon, nu 19 jaartjes jong, is dyslectisch.
Pas op zijn 14e zijn wij daarachter gekomen en is de diagnose gesteld. Na helaas een hele weg van frustraties in het regulier Surinaams onderwijs. Niet dat er daar, toen wij het eenmaal wisten, veel aan veranderd is. Maar als ouder konden wij wel onze zoon zoveel als mogelijk ondersteunen en naar gerichte mogelijkheden voor vervolg onderwijs uitkijken. Hij studeert intussen en zit gelukkig weer lekker in zijn vel. Maar het besef dat er in Suriname zoveel kinderen rondlopen die voor dom en lui worden uitgemaakt,  terwijl zij misschien gewoon dyslectisch zijn, liet mij niet los. Ik ben daarom ook erg gelukkig, volledig ondersteund door mijn zoon, met de mogelijkheid mij in te zetten voor het dyslectisch kind in Suriname, via de jonge Dyslexie Vereniging in Suriname.

 

Secretaris – Amanda Sheombar is 44 jaar oud, moeder van 2 kinderen, waar van haar oudste zoon (12 jaar oud) dyslexie heeft. In het dagelijks leven is zij directeur van het adviesbureau S-TQS.

Als ouders begonnen wij al op 6/7 jarige leeftijd in de 2e klas van de lagere school te merken dat er iets meer aan de hand was met onze zoon. Lezen ging moeizaam en schrijven moest hij hard voor werken om dat netjes te kunnen. Aan de rapportcijfers was nog niets te merken. In de 3e klas werd dictee (spelling) een drama en begon hij zelf te merken dat hij langzamer las dan de rest van zijn klasgenoten. Andere vakken kreeg hij nog steeds mooie cijfers, maar daar werden spellingsfouten niet in rekening gebracht. Desalniettemin begon hij zich dom te voelen (terwijl het een slim baasje is) en was hij heel onzeker. Als gevolg van deze onzekerheid en gebrek aan zelfvertrouwen, werd hij heel vaak boos op school en zat onze zoon niet lekker in zijn vel…

Wij hebben hem toen door een ortho-pedagoog laten testen en toen is op bijna 8 jarige leeftijd vastgesteld dat hij dyslexie had. Door de ortho-pedagoog werd ook aangegeven hoe hij verder geholpen moest worden op school. We hebben het schooljaar erop (in de 4e klas) een goede dyslexiebegeleider gevonden, die aan de slag is gegaan met onze zoon. Binnen 2 leerjaren was de achterstand die onze zoon had opgelopen in de onderbouw met lezen en spellen, ingelopen in de bovenbouw. In de 6e klas is hij geslaagd voor de Mulo en doet het nu met de hulp en de kneepjes aangeleerd door zijn dyslexiebegeleider goed op de Mulo.

Met dit als bewijs, als een kind met dyslexie de juiste begeleiding krijgt het gewoon goed presteert in het regulier onderwijs en het maximale uit zo een kind kan worden gehaald, zet ik mij volledig in voor de Dyslexie Vereniging Suriname om ervoor te zorgen dat we in de toekomst in het Surinaams regulier onderwijs alle kinderen met dyslexie kunnen helpen.

 

Bestuurslid – Millicent, Elaine Renten-Finck is grootmoeder van een 14-jarige jongen met dyslexie en 70 jaar oud, waarvan 50 jaar met liefde op verschillende niveaus binnen het onderwijs geparticipeerd.

En nog steeds actief in het onderwijs, middels het ondersteunen en adviezen geven aan scholen namens de Dyslexie Vereniging Suriname. Dit doet zij in de vorm van het geven van presentaties op scholen voor leerkrachtenteams en praten met schoolleiders en/of leerkrachten over mogelijke gevallen van dyslexie die er op hun school voorkomen en de mensen wegwijs maken hoe zo een kind geholpen kan worden; welk pad bewandeld moet worden en naar welke instanties ze moeten gaan.

 

Bestuurslid – Jennifer Plein is 42 jaar en moeder van twee kinderen waarvan een zoon van 15 jaar met dyslexie. In het dagelijks leven werk ik als diëtist/directeur  bij het voedingsconsultancy Goodfood NV.
Mijn zoon is een iemand die veel houdt van actie. Hij is gek op basketbal, voetbal, fietjebal en gewoon chillen met zijn vrienden.
Vanaf hij op de creche zat, merkten wij als zijn ouders al dat onze zoon moeilijker zinnen construeerde dan andere leeftijdsgenoten. De toenmalig crecheleidsters viel dat niet op. Afgaand op hun ‘professionele ervaring’, hebben wij toen verder geen stappen ondernomen. Ook alle leraren waarbij hij daarna in de klas kwam, vonden niets opvallend aan zijn gedrag en leerprestaties ten opzichte van de andere kinderen, totdat hij op de Nassy Brouwerschool in de 5de klas kwam. Daar merkte zijn toenmalige lerares wel op, dat zijn leerprestaties mogelijk achterbleven door zijn taalproblematiek. Toen hebben wij hem laten onderzoeken door een orthopedagoog en die heeft dyslexie bij hem vastgesteld. Zij heeft hem ook enige tijd begeleid.

Met zijn dyslexieverklaring heeft hij meer tijd gekregen bij zijn eindtoets op de lagere school. Hij is toen voor het MULO geslaagd.
In de tweede klas van de MULO bleek het toch moeizaam te gaan en hebben wij voor Engelstalig onderwijs gekozen, omdat wij hoorden dat dyslecten het soms beter doen in het Engels. Daar is hij nu en het gaat redelijk. Optimale ondersteuning heeft hij nog wel nodig. Met name om het plezier in school te blijven houden en niet onzeker te worden, door de soms onverwacht lage cijfers. Leven met dyslexie is absoluut mogelijk, zolang de kinderen positief worden ondersteund door hun directe omgeving en mogelijk ook door professionals.